De boog

Bij veel boogschietzaken in Nederland kun je een ruiterboog kopen. Nou, die zal dan wel geschikt zijn voor boogschieten te paard toch? Gek genoeg is dat helaas vaak niet het geval. Dat komt vooral doordat ruiterbogen vrijwel nooit worden gebruikt voor boogschieten te paard. Ze zijn lekker fel en snel en vallen daarom bijzonder in de smaak bij ‘gewone’ boogschutters. Dus de meeste ruiterbogen zijn ook gebouwd naar eisen die vooral voor gewone boogschutters van toepassing zijn en helaas hebben wij andere eisen. Daarom zetten we onze eisen aan een boog hieronder op een rij.

Op deze pagina:

Snelheid

Een grote snelheid van de boog is voor gewone boogschutters niet zo belangrijk, het is niet zo dat bij wedstrijden iemand met een stopwatch meet wie het snelste schiet. Voor ons ligt dat natuurlijk anders. We willen een boog die lekker snel schiet én daarbij stabiel blijft (geen schok in de hand geeft).

Veel traditioneel ogende ruiterbogen (ook de goedkopere beginnersmodellen die wij verkopen) hebben een mooi sierlijk laagje leer om zich heen. Dat verhult op een mooie manier dat ze van verder vooral van modern fiberglass zijn gemaakt. Maar bedenk eens hoe snel jij je arm nog kunt bewegen als we daar een strakke laag leer omheen zouden wikkelen. Hierdoor wordt de boog dus trager en moeilijker uit te trekken, terwijl je er niet eens meer kracht voor terugkrijgt! De beste (en duurdere) bogen hebben dan ook geen leer om zich heen.

Ook de Rock boog, een instapmodel van Némethy, heeft een leerlaagje.

Dun handvat zonder pijlopleg

Gewone boogschutters houden van een stevige dikke boog om hun hand om te klemmen. Hoe dunner de handgreep, hoe meer de boog ‘scherp’ aanvoelt op het gedeelte tussen het begin van je duim en het begin van je wijsvinger.

Maar een dikke handgreep maakt het ook ontzettend moeilijk om naast je boog ook nog eens je pijlen in je booghand vast te houden. En als de handgreep een klein beetje is afgerond, valt het met dat snijden in je hand ook wel mee. Check bij het proberen van een boog altijd of je er met gemak zes pijlen bij kunt vasthouden en hem dan nog kunt uittrekken.

Helaas hebben veel bogenbouwers er nog moeite mee om een degelijke boog te maken die ook nog in het midden dun (zowel van voor als van opzij gezien) is, maar ze zijn er wel.

Een handig attribuut voor boogschutters zonder haast is een pijlopleg, De pijl wordt aan de voorkant dan niet ondersteund door de booghand, maar door bijvoorbeeld een uitsnede in de boog. Een hand is moeilijk altijd exact hetzelfde te houden en dus schiet je met een pijlopleg consequenter. Maar als je in galop over een baan dendert en in alle haast zo veel mogelijk pijlen wil schieten, is het een crime om die pijlen stuk voor stuk netjes in de pijlopleg te plaatsen. Bovendien is het volgens de wedstrijdregels niet eens toegestaan een boog met een pijlopleg te hebben. Kies dus voor een boog zonder pijlopleg.

Het subtiele en fijngevormde handvat van de Thunder, een topboog van onze trainer Christoph Némethy.

Welk pondage moet mijn ruiterboog hebben?

Doorgaans worden ruiterbogen verkocht aan boogschutters die al een tijd met een boog schieten en eens wat nieuws willen proberen. Ze hebben dus al een getraind lichaam en dan halen ze hun neus op voor een boog met weinig trekkracht. Lichte ruiterbogen zullen dus niet goed verkopen en dat betekent automatisch dat ze ook minder worden gemaakt.

Sommige ruiterbogen hebben als lichtste variant een trekkracht van 30 pond bij 28 inch. Dat pondage bereikte onze trainer Christoph Némethy pas na zo’n 10 jaar trainen. Voor de trainingen gebruiken wij bogen van rond de 20 pond en de meesten die voor het eerst een boog kopen zitten op 23 of 24 pond.

Hoe verder een boog wordt uitgetrokken, hoe meer kracht hij heeft. Een vuistregel is dat er per inch die een boog verder wordt uitgetrokken zo’n 5 pond trekkracht bij komt, maar dit verschilt ontzettend per boog. Bij onze techniek trekken wij de boog een stuk verder uit dan bij de ‘normale’ techniek, waardoor een boog voor ons zwaarder trekt dan de meeste verkopers verwachten.

Ook schieten ‘normale’ boogschutters hoogstens 3 pijlen in een minuut, terwijl wij van onze leerlingen wel verwachten dat ze er uiteindelijk 3 in 6 seconden schieten. Dat is een verschil waar veel verkopers ook geen rekening mee houden: stel je neemt drie 5 kg zakken aardappelen bij elkaar. Als je die 3 keer in een minuut moet optillen lukt dat nog wel. Maar om dat nou 3 keer te doen binnen 6 seconden… en dan nog eens, en nog eens, en nog eens… dan wordt het al minder leuk.

We maken regelmatig mee dat ervaren boogschutters met een eigen (zware) boog naar een training komen, en binnen een kwartier vragen of ze toch een lichtere boog van ons kunnen lenen.

Een handige methode om in te schatten of een boog qua trekzwaarte bij je past is de volgende: trek hem 200 keer uit en neem jezelf voor dit morgen nog eens te doen. Als je de volgende dag rillend van het angstzweet onder je dekbed blijft liggen en de wereld smeekt je met rust te laten is de boog wellicht een tikkeltje te zwaar. Als je de boog met het grootste gemak rustig duizend keer uittrekt is hij waarschijnlijk te licht. Als je enige moeite hebt bij het idee de boog voortaan 200 keer per dag uit te trekken, maar het er graag voor over hebt, dan is dat een goed teken.

Een ruiterboog met enkele aanduidingen op de siyah. Als de boog 28' inch (aangeduid met 28'') wordt uitgetrokken, is de kracht die op de pees staat (bij die lengte dus) 25 pond (aangeduid met 25#). De maximale lengte die de boog mag worden uitgetrokken is 33 inch (aangeduid met Max. 33'').

Genoeg treklengte

Hoe lang moet mijn ruiterboog zijn? Normale boogschutters trekken de boog meestal uit tot hun mondhoek. Niets mis mee, een handig aan te voelen vaste plek en je kunt dan mooi over de pijl kijken. Maar op een galopperend paard is het hoofd niet de meest stabiele plek om naartoe te trekken en te ankeren. Daarom ankeren wij wat lager, tussen de sleutelbeentjes die je onderaan je keel voelt. Dit betekent dat we de boog een stuk verder uittrekken.

Sommige boogverkopers zullen je vertellen dat je een totaal verkeerde techniek hebt en dat die boog echt wel lang genoeg voor je is als je maar op een normale manier uittrekt. Maar vraag hem toch te beoordelen of de boog lang genoeg is als je tot het punt tussen je sleutelbeentjes uittrekt. Dat voorkomt wellicht dat je straks de juiste techniek niet kunt aanleren omdat je je boog niet ver genoeg kunt uittrekken.

Deze foto laat goed zien hoe ver wij een boog te paard uittrekken.

Gelamineerd

Een goede ruiterboog is van hout, gelamineerd aan voor- en achterkant met glasfiber, waarbij de siyahs op het uiteinde van hout zijn. Een peperdure historisch correcte boog van echt hoorn en hout is leuk voor het maken van mooie plaatjes, maar is voor de sport minder geschikt. Als een glasfiber boog in een plas water valt, is er geen reden tot paniek. Ook lost hij lekkerder en krijg je meer kracht terug voor de ponden die je trekt. De Hunnen of de Mongolen hadden maar wat graag glasfiber bogen in hun arsenaal gehad.

De Thunder, een gelamineerde ruiterboog van hoge kwaliteit.

Bescherming van de ruiterboog

Wie de snelnoktechniek gaat aanleren, doet er goed aan het stuk net boven het midden van zijn boog te beschermen. Vooral in het begin gaat het nogal eens mis met het doorsteken van de pijl en wordt per ongeluk de boog geprikt.

Sommige ruiterbogen zijn daarom standaard al voorzien van een klein rubber vlak om de klappen op te vangen. Als dat er niet is, volstaat een stukje pleistertape (Leukoplast bijvoorbeeld, verkrijgbaar bij de drogist) ook.

Twee goede ruiterbogen die ieder op hun eigen manier zijn beschermd tegen laadfouten. De achterste boog is voorzien van een rubberen beschermingsvlak. Op de voorste boog is ter bescherming een laagje pleistertape aangebracht.

De beste ruiterboog

De beste bogen die we tot nu toe zijn tegengekomen zijn de bogen van onze trainer Christoph Némethy’s én bogen die we uit China hebben geïmporteerd.

In het begin waren we volledig afhankelijk van de bogen van Christoph en het was een hele uitdaging om aan bogen zien te komen. Als we de overlevering moesten geloven, waren deze bogen zo goed dat de makers van deze bogen zich alles kunnen veroorloven omdat de klanten toch wel blijven komen. “Ik had een rode boog voor mijn leerling besteld! Deze is blauw!”, zei Christoph Némethy eens. Het antwoord: “Ja, dat klopt. Maar ik vond blauw mooier staan.”

De afgesproken levertijd van deze bogen werd nooit nagekomen. Wachttijden van 8 maanden waren geen uitzondering. Het ‘probleem’ was dat Christoph het heel goed deed (en ook doet) op internationale wedstrijden, waardoor iedereen dezelfde boog wilde hebben en de wachttijden opliepen.

Gelukkig zijn de tijden veranderd. Christoph heeft betere bogenmakers gevonden die de afspraken wél nakomen. Dat heeft de levertijd teruggeschroefd naar drie maanden.

Ook hebben we bogen uit China geïmporteerd die erg goed bevallen. We hebben nu altijd verschillende bogen op voorraad en zijn van plan binnenkort een webshop te openen. Je kunt altijd langskomen om de verschillende bogen uit te proberen als je interesse hebt. Neem daarvoor contact met ons op.